De failliet, de curator en de vijf rouwstadia

Failliet

Faillissementen van natuurlijke personen, oftewel mensen, zijn een beetje het ondergeschoven kindje van de faillissementswereld. Bij invoering van de wettelijke schuldsanering (WSNP) in 1998 was de utopische gedachte dat mensen in principe niet meer failliet zouden gaan maar voor de WSNP zouden kiezen. De tendens van de afgelopen jaren is echter dat de toelating tot WSNP steeds strenger wordt getoetst. Je komt er niet ‘zomaar’ meer in.

Naast de fraudeurs, verkwisters of personen die het op zijn beloop laten, is er nog een groep personen die niet in de WSNP regeling past, namelijk de persoonlijke ondernemers, voornamelijk de eenmanszaak of vennoot van de vennootschap onder firma. In de WSNP is geen plaats voor een draaiende onderneming en is het aantal uur dat van overheidswege betaald wordt onvoldoende om een onderneming af te wikkelen. Daar komt de curator dus weer in beeld. Van oudsher gaan de natuurlijke personen naar de jongste curator op kantoor, die vervolgens zijn of haar kunnen moet testen op een echt mens.

Het gevoel is dat natuurlijke personen ‘niets opleveren’. En dat kan best zo zijn. Niemand schiet veel op met het faillissement van Meneer X, inmiddels zonder vaste woon- of verblijfplaats, die voor een relatief kleine schuld failliet wordt verklaard. Ik heb echter nog altijd liever een persoon als failliet dan een lege plof B.V., waarvan je bij voorbaat zeker weet dat je minimaal 30 uur van je leven gaat verspillen. Een persoon kan in ieder geval werken, een uitkering aanvragen of pensioen ontvangen, waarmee in ieder geval iets bereikt kan worden.  Mensen vergaren ook nog wel ‘iets’ in het leven, een huis, auto, of met geluk nog spaarpolissen of ander vermogen. Vaak is er wel wat van een boedel te maken.

Het vereist ook in zekere zin andere vaardigheden om een persoonlijk faillissement af te wikkelen.
Laat ik maar eens beginnen met de vijf rouwstadia: ontkenning, boosheid, vechten/ onderhandelen, depressie en aanvaarding. Bestuurders van failliete rechtspersonen krijgen hier zeker ook mee te maken, maar toch in mindere mate. Het idee is immers dat de curator niet in hun privésfeer komt.

Het is van groot belang voor de curator om te toetsen waar men zich op de rouwladder bevindt. De mate van medewerking is hier grotendeels van afhankelijk. Iemand die nog in de ontkenningsfase zit, komt vaak onverschillig over (het is mij overkomen) en geeft in eerste instantie vaak geen betrouwbare informatie, niet per se uit onwil, maar omdat men niet kan of wil inzien hoe de situatie er werkelijk voor staat. Het komt dan bijvoorbeeld maar weinig voor dat de volledige schuldenlast correct wordt opgegeven. De belastingdienst is bijvoorbeeld geen ‘echte’ schuldeiser, hoef je niet mee te tellen.

De boosheidsfase heb je als curator te doorstaan. Terug schreeuwen heeft over het algemeen weinig zin (maar is soms erg verleidelijk), verstevigt de boosheid en verergert de komende vechtfase. De vechtfase kan zich volledig tegen de curator keren (de boodschapper) of tegen de schuldeisers die het faillissement ‘veroorzaakt’ hebben. Het kan ook de vorm aannemen van onderhandelingen: ‘Als ik mijn onderneming kan voortzetten, dan… / als ik mijn auto mag houden, dan…’. Men wil controle houden. ‘Wat begrijp je niet aan failliet zijn?’, kan dan wel eens op het puntje van je tong liggen.

De depressiefase is rustiger, maar kan even destructief werken. Een mens die werkelijk meent alles kwijt te zijn, kan rare sprongen maken. En dan is het zaak om iemand juist weer wat op te beuren en op gang te krijgen. Tegen het refrein van ‘always look on the bright side of life‘ probeer je wat licht in de duisternis te creëren en zo nodig te verwijzen naar passende hulpverlening. Overigens is dit laatste niet altijd makkelijk, dankzij de Haagse bezuinigingen van de laatste jaren.

Tenslotte is daar (hopelijk) de acceptatie. Het faillissement is nu eenmaal voor nu een feit. Na acceptatie kunnen er afspraken worden gemaakt en nagekomen. Maar, net als bij (v)echtscheidingen, kan het ook zomaar zijn dat de failliet in een tussenfase blijft steken en dat is erg vermoeiend. Dan is een gang naar de rechter-commissaris voor verhoor vaak nodig om duidelijk te maken dat er toch echt meegewerkt moet worden. Soms met direct resultaat, soms niet.

Het toverwoord is in de meeste gevallen tact. Binnenkomen bij iemand thuis met een air, van ‘zo, dit is nu van mij’ werkt echt niet (om begrijpelijke redenen). Het is nog steeds hun thuis. Dus kijk je niet verrast op als er een levende kip in de woonkamer staat of geïrriteerd als er een constant huilend kind met vieze luier in de box ligt. Als niet-roker is het wel even slikken als de kamer blauw ziet, maar het is maar wat mensen op hun gemak stelt.

Daartegenover staat een groep faillieten die, ik zal het maar zo zeggen, complete assholes zijn. De groep die de regels totaal aan de laars lapt. Die zich pas na weken melden en steeds met slappe verhalen aankomen. De fraudebestrijding ten spijt, hier heeft de curator maar moeilijk grip op. Geld is er op papier niet, maar de failliet leeft rustig door zonder ogenschijnlijk ook maar iets last te hebben van het faillissement. Dit wordt meestal verklaard door familie of vrienden, die de failliet zouden onderhouden. Ik moet ook eens van die gulle vrienden zoeken…

Zo lang een failliet tijdens faillissement nog rustig bestuurder kan blijven van een rechtspersoon (vaak een B.V. of stichting), onttrekt zich ook (te) veel aan het zicht van de curator. Het is bijna onvoorstelbaar, maar het faillissement brengt geen verandering in zijn/ haar status als bestuurder. Als de failliet slechts een minderheid van de aandelen heeft, kan de curator hier ook geen verandering in brengen. Dan kan de curator mogelijk wel het faillissement aanvragen van de vennootschap, maar meestal leidt dit tot niets. De failliet is er altijd eerder bij. Het is een blijvend thema dat de curator als crimefighter behoorlijk wordt overschat. In dit soort gevallen ervaart de curator dan zelf weer eens de vijf rouwstadia.

 

© 2018, MariaB. All rights reserved.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *