Faillissement ten einde?

Einde faillissement

De meeste spannende verhalen gaan in mijn vak over de beginfase van het faillissement of de procedures die volgen. Weinig aandacht is er voor hoe een faillissement eindigt. Spannende verhalen meestal evenmin.

In theorie kennen we drie opties bij het einde van een faillissement:

  1. Er wordt opgeheven ‘wegens de toestand van de boedel’. Oftewel ‘jammer joh’. Er wordt geen geld uitgekeerd aan de schuldeisers (en regelmatig ook niet aan de curator). Het faillissement wordt met weinig poespas op papier opgeheven door de rechtbank.
  2. Er is sprake van een ‘vereenvoudigde afwikkeling’. Nog steeds voor bijna iedereen een ‘jammer joh’, maar de curator kan dan wel -heel kort door de bocht- de faillissementskosten voldoen en een uitkering doen aan het UWV en de fiscus. De overige schuldeisers zien verder niets terug bij einde faillissement. Bij de vereenvoudigde afwikkeling zijn er alweer meer bureaucratische handelingen en duurt de afwikkelingsfase langer. Dus ook weer niet heel eenvoudig.
  3. Er is sprake van een echte afwikkeling, dus er kan aan alle schuldeisers iets worden uitgekeerd. Dan moet er een verificatievergadering worden gehouden en wordt door de rechtbank vastgesteld wat nu precies de schuldenlast is en wie schuldeisers zijn. In veel gevallen is een verificatievergadering dusdanig spannend dat deze ‘pro forma’ gehouden wordt, ofwel op papier. Vaak zitten er, vanwege alle formaliteiten die de wet curatoren en de rechtbank oplegt, maanden tussen de vaststelling dat er voldoende geld is en de uitbetaling.

Optie 1 komt het vaakst voor en optie 3 het minst. Wij zien het dus echt als een goed resultaat als we bij 3 uitkomen bij einde faillissement. Maar ook als het tot een uitdeling komt, zijn de percentages vaak bedroevend laag. U krijgt eindelijk een brief van de curator en daarin staat dat u een uitkering van maar liefst 1,2 % van de vordering krijgt! En bedankt voor deze dooie mus… Vandaar ook dat mijn faillissementsmedewerker vaak kreunt als we net genoeg hebben om een fooi uit te keren. Zij (jawel, ik heb ook een faillissementsmedewerker op hakken) heeft namelijk het meeste last van alle bureaucratische handelingen die daarmee gepaard gaan.

Soms, heel soms, gebeurt het onmogelijke en heeft de curator jackpot. Er is voldoende om 100 % uit te keren. Iedereen blij toch? Dat zou je denken, maar ook hier is de werkelijkheid moeilijker dan gedacht.

Wat bijvoorbeeld te doen als er geld overblijft bij einde faillissement? Wie krijgt dat? Het antwoord lijkt simpel, de aandeelhouders of de failliet zelf (als dat een mens is) krijgen het overschot. Opgelost. Of toch niet? De laatste jaren hebben de wijzen onder ons bedacht dat er ook schulden kunnen zijn die weliswaar niet in het faillissement vallen, maar wel nog afgerekend moeten worden voordat een overschot uitgekeerd kan worden aan de aandeelhouders.

Tijdens het faillissement kan bijvoorbeeld geen rente worden gevorderd (alleen rente tot datum faillissement wordt meegenomen door de curator), maar juridisch loopt de rente wel door. Dus zou het faillissement weliswaar opgeheven moet worden, maar dan zou weer een vereffening moet worden geopend om het overschot te verdelen. En als de vereffenaar zou constateren dat wat overblijft niet genoeg is om al die ‘nieuwe’  schuldeisers te betalen, dan moet er een tweede faillissement volgen. Volgt u het cirkeltje nog?

Dat dit zich vervolgens tot een loopgravenoorlog kan ontwikkelen tussen de curator en de aandeelhouders laat zich raden. De aandeelhouders willen er natuurlijk alles aan doen om wél geld over te houden. Zo ook in het boeiende faillissement van Boele’s Scheepswerven. Na 25 jaar had de curator een overschot na het winnen van een lange procedure. Vele crediteuren waren niet meer, maar de curator, later vereffenaar, meende dat de crediteuren in veel gevallen wel recht hadden op rentevergoedingen en dat daarom een tweede faillissement noodzakelijk was. De anders zo saaie verificatievergadering heeft het in het tweede faillissement al tot twee keer toe naar de Hoge Raad en terug geschopt.

In een recent faillissement van mijn kantoorgenoot kwam een net zo bijzonder scenario voor. Vanuit maatschappelijk oogpunt dreven twee stichtingen met hetzelfde bestuur een tweetal bedrijvencentra waar startende ondernemers voor een schappelijke prijs bedrijfsruimte konden huren. Het bestuur gebeurde op afstand en een manager moest het dagelijks reilen en zeilen regelen. Dit ging echter niet goed, met het faillissement van beide stichtingen tot gevolg. Na verkoop van de bedrijfspanden bleek dat in de ene stichting 100 % uitbetaald kan worden, maar in de andere stichting nog steeds een tekort is.

De curator wilde verder onderzoeken hoe de stichtingen konden failleren en of het bestuur daarvoor wellicht aansprakelijk was. Maar toen riep het bestuur: “Ho, stop curator, dat kan niet, want je hebt geen tekort in het faillissement, dus wikkel maar meteen af”. En met de faillissementswet in de hand hadden ze wellicht een punt, want daarin staat dat het faillissement eindigt als alle schuldeisers betaald kunnen worden. Maar in 1893 was de wereld toch anders.

Inmiddels is in de faillissementswet verankerd dat de curator een fraudesignalerende taak heeft. Moet hij dat maar negeren door de toevalligheid dat een verkocht pand voldoende oplevert om de schuldeisers te betalen? Het zou toch wel vreemd zijn als dezelfde handelingen van het bestuur in de ene stichting wel laakbaar zouden zijn, maar niet in de andere. Uiteindelijk gaf de rechtbank de curator gelijk. Ja, de curator mag onder de gegeven omstandigheden nader onderzoek verrichten.
Hier is overigens de uitspraak te vinden.

De uitspraak kwam op de nodige kritiek te staan. Maatschappelijke belangen zouden niet ten nadele van de crediteuren mogen werken, dus de curator zou met zijn onderzoek en de daarmee gepaard gaande kosten niet weer onder de 100% mogen zakken, maar dit lijkt mij in ieder geval een logisch gevolg van de nieuwe wetgeving. Ook in boedels met minder geld gaan de kosten van het onderzoek van de curator ten laste van de schuldeisers.

Ook het einde van een faillissement levert dan toch de nodige hoofdpijn. Ik volsta liever met een eenvoudig:

© 2018, MariaB. All rights reserved.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *