Gratis curator?

De curator werkt op no cure no pay basis. Zit er niets in de boedel, dan krijg ik ook niet betaald. Ik sta weliswaar als eerste in de rij bij de afwikkeling, maar als er niets te verdelen valt, heb ik pech. Van oudsher is de redenering dat de curator het goede met het slechte moet nemen. Bij ‘vette’ faillissementen horen nu eenmaal ook soms lege boedels. Maar toch gaat de schoen ook ergens wringen wanneer er lege boedel op lege boedel jouw kant op komt. Persoonlijk vind ik het een sport om ook de ogenschijnlijk lege boedels uit te knijpen tot ‘iets’, maar het lukt niet altijd.

De problematiek van de lege boedels wordt ook in de hand gewerkt door de wet. Als een ondernemer door de bomen het bos niet meer ziet, kan hij altijd zijn faillissement aanvragen. Het enige dat hij hoeft aan te geven is dat hij is opgehouden zijn schulden te betalen. De aanvraag kost de ondernemer niets en hij heeft geen advocaat nodig. De rechtbank spreekt vervolgens het faillissement uit en dan geeft hij de hele zwik aan de curator. Zo, mooi opgeruimd. Of toch niet?

Lege boedels kosten niet alleen curatoren (ondernemers, dus valt dat onder de dooddoener ondernemersrisico), maar ook de staat handen vol met geld. Per faillissement moet een rechter-commissaris worden benoemd en moet de rechtbank in principe een jaar lang capaciteit vrijhouden om het faillissement af te wikkelen. Ons rechtsgestel staat wegens bezuinigingen op justitie zwaar onder druk, maar toch moeten rechtbanken en curatoren hier wel kostbare middelen aan besteden.

Het is de rechtbanken een doorn in het oog om een faillissement uit te spreken waarbij al op de faillissementszitting bekend is dat er geen cent in de boedel zit. Meestal omdat de aanwezige ondernemer dat ook bevestigt. Er is namelijk ook een andere manier om een vennootschap af te wikkelen, via ontbinding van de vennootschap.

Hier wordt het even technisch. Als er geen baten meer zijn, dan neem je het besluit om de vennootschap te ontbinden. Dit laat je vervolgens inschrijven bij de kamer van koophandel en dan houdt de vennootschap op te bestaan (dit heet ook wel turboliquidatie). Dan is het vervolgens aan de schuldeisers om te bewijzen dat er toch baten zijn en een procedure tot heropening te starten. In de meeste gevallen komt dit er niet van, want er is toch sprake van een kale kip. De kosten van de ontbinding zijn gering en het proces is binnen korte tijd rond.

Rechtbanken wijzen inmiddels regelmatig om deze reden een faillissementsaanvraag af. Ik vraag mij echter af of de rechtbank wel kan weigeren, gezien de geringe eisen die de wet aan de faillissementsaanvraag stelt. Formeel is de ondernemer ook zeker opgehouden zijn schulden te betalen. Anderzijds is er nog niemand die hoger beroep heeft aangetekend tegen een afwijzing, zodat we nog niet weten of dit wel volgens de hoogste rechters kan. Een hoger beroep kost namelijk wel geld.

De rechtbank Rotterdam, en inmiddels ook de rechtbank Den Haag, maakt zich ook sterk voor een andere oplossing. Het uitspreken van het faillissement gebeurt dan gewoon, maar de curator kan daarna verzet aantekenen tegen de faillietverklaring. De redenering is dat ik als curator onevenredig word benadeeld wanneer van meet af aan duidelijk is dat er geen baten zijn die ik kan vereffenen en de ondernemer bewust nagelaten heeft om de weg van ontbinding te volgen. De bestuurder maakt dan misbruik van zijn recht om het faillissement aan te vragen.

Voor de geïnteresseerden onder mijn lezers, hierbij een link naar een recente uitspraak in een van mijn  faillissementen waarin het verzet is toegewezen. De bestuurder is daarnaast veroordeeld in mijn kosten. Deze moet ik dan wel nog zien te innen, maar het is wel een goede sanctie op het lichtvaardig aanvragen van het faillissement.

Er is echter ook kritiek op de Rotterdamse lijn. Er wordt gesteld dat het niet aan de rechter is om te bepalen wat de omvang van de boedel is en dat het juist de curator is die aan het werk moet om te kijken of de boedel wel echt leeg is. De curator en rechter mogen dus niet weigeren hun diensten te verlenen. Hiervoor zou een wetswijziging nodig zijn. De wetgever kijkt echter op dit punt steevast de andere kant op. Daarnaast lijkt het mij dat de rechtbanken gewoon gezond verstand gebruiken.

Ook in mijn verzetprocedure is echter geen hoger beroep aangetekend, zodat het laatste woord over dit onderwerp nog lang niet gezegd is…

 

 

© 2015 – 2018, MariaB. All rights reserved.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *