De schuwe curator

Curatoren zijn over het algemeen niet happig op het geven van te veel informatie aan derden. Het faillissement is het eindstation van de meeste ondernemingen en mensen fixeren zich vervolgens op de curator. Dat het faillissement niet aan de curator ligt daargelaten, na het faillissement is de curator de pispaal. De curator is een graaier, een aasgier, die voor eigen gewin de laatste centen er uit wringt (“mijn centen!”).

De aloude strategie is om je mond te houden en vooral niet te veel te communiceren… Maar daar zit ook een spanningsveld. De curator behartigt volgens de wet de belangen van de schuldeisers. Moet de curator de schuldeisers niet ook actief informeren? Ja en nee. De in de wet zo belangrijke schuldeisers hebben voor het merendeel in de praktijk vaak het minste belang. De ‘gewone’ schuldeiser krijgt in de meeste gevallen toch geen uitkering vanwege de voorrangspositie van banken, de fiscus en het UWV. Ook dat ligt niet aan de curator, maar aan de wet.

De rechtbank heeft bovendien het beleid dat wanneer de curator zelf meer dan vijf uur besteedt aan crediteuren, of dat nu contacten zijn via telefoon, email etc, deze niet worden vergoed. De rechtbank gaat er van uit dat de crediteurencontacten standaardhandelingen zijn, die door een goedkopere medewerker of secretaresse kunnen worden afgewikkeld en dat is in veel gevallen ook zo. Het contact met de crediteur is niet meer dan een bevestigingsbrief van de ontvangst en registratie van de vordering en een brief aan het einde van het faillissement waarin aangegeven wordt of de crediteur wel of niet betaald krijgt. Daartussenin hoeft de schuldeiser niet te verwachten dat hij bericht krijgt. En zo gaan er jaren overheen.

En toch wringt de regel van de rechtbank wel af en toe. Bij faillissementen in de detailhandel zijn er bijvoorbeeld veel gedupeerde klanten. Zij hebben vaak fors aanbetaald en ontvangen vervolgens alleen een plastisch bericht van het faillissement. De keuken/ badkamer/ vloer/ lamp wordt niet meer geleverd en naar hun geld kunnen ze fluiten. Logisch dat zij dan in de telefoon of de pen springen en verhaal halen. Een medewerker is dan niet genoeg. Zij willen de baas, dus de curator, spreken. Geef ze eens ongelijk. Crediteuren tussentijds over het faillissement berichten valt buiten de norm. Maar moeten deze kleine crediteuren niet een beetje persoonlijke aandacht krijgen, ook al gaat dat wellicht enigszins ten koste van de uitkering aan de hogere schuldeisers, die het klappen van de zweep kennen?

En de openbare verslaglegging dan? Die is toch bedoeld om iedereen op de hoogte te houden van de ontwikkelingen? Ja, het klopt dat de curator regelmatig een openbaar en voor iedereen toegankelijk verslag moet uitbrengen. De verslaglegging verschilt echter ook per curator. Een oud collega van mij hield er absoluut niet van om inhoudelijke informatie in een verslag te zetten en het verslag was dan ook meer een verzameling van one-liners. Knap als je daaruit veel kon destilleren. De redenering was dat het geven van meer informatie ook eerder aanleiding geeft om de curator aansprakelijk te stellen. Op internet publiceren van verslagen was helemaal een gotspe. Toch is dat nu de norm.

Daarnaast heeft de Hoge Raad in zijn Jomed arresten bepaald dat er geen algemeen recht bestaat op informatie. Aan de openbare verslaglegging wordt ook geen hoge eisen gesteld. De curator kan in het belang van het faillissement informatie achterwege laten, ook al is dit bepaalde schuldeisers een doorn in het oog, zoals in het geval van Jomed waar een aantal Amerikaanse Hedge Funds de curator het hemd van zijn lijf vroegen, met als einddoel de curator aansprakelijk te kunnen stellen. Niet gek dat de curator daar niet op zat te wachten.

Ook mijn eigen specialisatievereniging INSOLAD lijkt te worstelen met de vraag hoever de informatieverstrekking gaat. In onze praktijkregels is opgenomen:

“De curator streeft een transparante afwikkeling van het faillissement na. Hij betracht daarbij zoveel mogelijk openheid jegens de gefailleerde of diens bestuur, crediteuren en aandeelhouders. Voor zover geen openheid gegeven kan worden omdat deze lopende onderhandelingen in gevaar zouden kunnen brengen verstrekt de curator achteraf informatie aan de belanghebbenden. De na te streven openheid vindt zijn begrenzing in (i) belemmeringen rechtens, (ii) het belang dat gemoeid is met een goede afwikkeling van het faillissement en (iii) privacy belangen.”

Hoe transparant kan de afwikkeling immers zijn wanneer er zoveel ruim in te vullen uitzonderingen gelden? En wat mag of moet ik dan wel of juist niet vermelden? Ik probeer in de verslaglegging altijd een sluitend verhaal neer te zetten, al zal bij sommige onderwerpen toch in eerste instantie het frustrerende “in onderzoek” staan. De betrokkenen hebben er recht op om te weten waar ik aan werk en hopelijk leidt meer informatieverstrekking in het algemeen ook tot het afschudden van onze geldwolf imago. De schuldeisers mogen best ook weten hoeveel werk er in een faillissement zit.

Ten aanzien van privacy belangen kun je je overigens afvragen in een wereld waarin de rechtspraak tegenwoordig vrijwel alles anonimiseert of de curator überhaupt nog de naam van de bestuurder in het openbaar verslag zou mogen noemen of in verband brengen met malversaties. Mijn antwoord? Zolang deze informatie openbaar in het handelsregister staat, blijf ik stug de bestuurder noemen. Zie ik aanleiding voor aansprakelijkstelling van de bestuurder, dan staat dat ook in het verslag. Maar vraagt een crediteur om informatie die niet openbaar is gemaakt om na het faillissement de bestuurder aansprakelijk te kunnen stellen, dan zal ik daar helaas twee keer over na moeten denken. Wellicht is de aloude strategie weer toch de beste…

 

© 2015 – 2018, MariaB. All rights reserved.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *