De faillissementsaanvraag: klein verzoek, groot gevolg

Als curator houd je iedere week nauwlettend de faillissementsuitspraken (en wie van de concurrentie wat krijgt) in de gaten. Soms zakt de moed je in de schoenen als er bekenden tussen blijken te zitten. Recent werd een lokale horecazaak met hoog bruingehalte, die ik een warm hart toedraag, failliet verklaard om eigenlijk een schijntje. Gelukkig konden ze nog het nodige doen om het faillissement te vernietigen, maar niet zonder de nodige schade. Een eenmaal uitgesproken faillissement is namelijk niet zo makkelijk meer ongedaan te maken.

Het is daarentegen vrij eenvoudig om failliet verklaard te worden. Je hebt slechts één schuldeiser nodig die een faillissementsaanvraag doet bij de rechtbank. De schuldeiser stelt dat je bent opgehouden je schulden te betalen en meerdere schuldeisers onbetaald laat. Als je niet verschijnt om weerwoord te voeren of blijkt dat je inderdaad nog meer onbetaalde schulden hebt, dan kan het zomaar dat je op dinsdagmiddag door een curator wordt gebeld.

Het verbaast mij nog altijd dat mensen niet bij de rechtbank op de faillissementszitting verschijnen. Vaak is sprake van ontkenning of berusting: “ik wist van niets” of juist “ik wist toch wel dat het ging gebeuren“. Het tweede is wellicht begrijpelijk, maar het eerste is gewoon een bord voor je kop hebben. Dan heb je al meerdere aangetekende brieven en een deurwaarder voorbij zien komen. De curator laat zich echter niet zo snel negeren en staat na de uitspraak binnen de kortste keren op de stoep. Ik heb meegemaakt dat ik bij een eerder op de dag gefailleerde sloopbedrijf binnen kwam en dat wij met verbazing werden aangekeken: “De zitting was toch pas morgen!?“. De ondernemer in kwestie maakte er bijna een sport van om pas op het echt allerlaatste moment te betalen. Uit een grote map vol met dagvaardingen werd vervolgens de aanvraag van die dag gevist.

Failliet, maar wat dan? Als de failliet helemaal niets van zich heeft laten horen, dan kan hij of zij binnen 14 dagen in verzet tegen het faillissement bij de rechtbank. Is de failliet wel op de zitting bij de rechtbank geweest, dan kan er binnen 8 dagen hoger beroep bij het gerechtshof worden aangetekend (hoezo gecompliceerd?). En daarvoor moet een advocaat worden ingeschakeld. In beide gevallen moet aangetoond worden dat de failliet niet (meer) is opgehouden te betalen.

Maar in 8 of 14 dagen gebeurt veel. Niet alleen de schuld van de aanvrager moet betaald zijn of geregeld, maar in hoger beroep ook alle andere skeletten die uit de kast komen vallen. Die melden zich namelijk bij de curator. Dat vonnisje van een paar maanden geleden, die energieafrekening, oh ja, de huurachterstand, en ga zo maar door. Deze schulden moeten ook voor de behandeling van het hoger beroep worden weggewerkt. Bij verzet is dit iets makkelijker, dan moet alleen aangetoond worden dat de schuld van de aanvrager(s) is betaald. Tegen de tijd dat rechtbank of hof de zaak behandelt, blijkt maar al te regelmatig dat het faillissement terecht is uitgesproken.

Daarnaast geldt dat als men het op een faillissement aan laat komen, dat op zich terecht is aangevraagd, de failliet ook de kosten van de curator moet betalen om het faillissement ongedaan te kunnen maken. De curator probeert zo weinig mogelijk te doen in de tussentijd, maar als er een onderneming is, kan de curator vaak niet anders dan alvast maatregelen nemen. Dit kunnen zelfs onomkeerbare maatregelen zijn, zoals het tijdelijk sluiten van de onderneming waardoor een belangrijk contract wordt beëindigd. Als er echter geen geld is om de lopende kosten te voldoen, zal de curator ook niet anders kunnen.

Soms wordt het faillissement onterecht aangevraagd en dan moet juist de aanvrager de kosten betalen. De fiscus probeerde een aantal jaar geleden in een van mijn faillissementen een man (met een kennelijk lastige buitenlandse naam) failliet te laten verklaren, alleen men had de geboortedatum van deze man niet vergeleken met de gegevens van de schuldeiser die zij als ondersteunende vordering hadden opgegeven. Die schuld was namelijk van een ander met dezelfde voorletter en achternaam. Omdat de beste man niet verscheen, is het faillissement toch uitgesproken. Ik ben als curator in verzet gegaan omdat de man in kwestie onvindbaar bleek en heb het faillissement laten vernietigen. Het faillissement was immers onterecht uitgesproken en ik werd als curator met de werkzaamheden in een waarschijnlijk leeg faillissement opgezadeld. De fiscus heeft vervolgens de kosten van het faillissement mogen dragen.

Het komt echter maar weinig voor dat een aanvraag geheel onterecht is en dus betaalt de failliet voor zijn kop in het zand steken een hoge prijs. Niet alleen de schulden, maar ook de kosten moeten worden opgehoest, terwijl tegelijkertijd gepubliceerd wordt dat het bedrijf failliet is, waardoor er onrust ontstaat aan de inkomstenkant. Het faillissement wordt weliswaar door de rechtbank vernietigd, maar dat is oud nieuws en lijkt weinigen nog te boeien. Zie ook maar nog krediet te krijgen na een dergelijk voorval.

“Eigen schuld, dikke bult”, hoor ik u zeggen. Daar staat echter ook een ander aspect tegenover. Bepaalde incassobureaus, maar ook overheidsinstanties, gebruiken de faillissementsaanvraag als incassomiddel: “Betaal of we vragen je faillissement aan”. In het verleden werkte dit paardenmiddel nog wel eens. Sinds de crisis lijkt het minder effectief geworden. Iets met een kale kip…

Er is namelijk geen minimumbedrag waarvoor je failliet verklaard kunt worden. De maatschappelijke kosten zijn echter aanzienlijk. Ik heb ooit ook een verhitte discussie gehad met een belastingambtenaar over de vraag of (semi-)overheidsinstanties wel voor kleine bedragen het faillissement als middel zouden mogen gebruiken. Als de overheid al niet achter verhaalsmogelijkheden kan komen, wat moet immers een curator? Het tegenargument is dat een niet betalende ondernemer aan concurrentievervalsing doet en dan maar beter uit de markt gehaald kan worden.

Maar laten we het eens (geheel niet wetenschappelijk overigens) uitrekenen. Een eenvoudig faillissement kost rond 30 uur werk van een curator en ondersteuning, duurt ongeveer een jaar en in dat jaar moeten een rechter-commissaris en een griffier ook de nodige handelingen verrichten. Een faillissement kost daarmee grof berekend op zijn minst € 15.000, dat gedeeltelijk wordt afgewend op een particulier curator, maar ook capaciteit van de rechtspraak kost dat elders maar al te nodig is. Als het tegen zit, is de opbrengst nul en heeft de curator meer dan 30 uur besteed aan rotzooi opruimen. En dat voor een vordering van soms oorspronkelijk nog geen € 2.000. Dat is naar mijn mening niet maatschappelijk verantwoord.

Ik heb in de aanstaande voorstellen tot modernisering van de faillissementswet nog niets gezien over aanpassing van de maatstaf voor faillietverklaring, maar ik ben er wel een voorstander van om hier strengere criteria voor aan te leggen, bijvoorbeeld dat het totaal van de aanvraag met steunvorderingen tezamen meer dan € 10.000 dient te bedragen. Dat betekent minder faillissementen en verzetten om niets en minder kosten voor de maatschappij. Dat moet, behalve door curatoren dan, wel toegejuicht worden.

 

© 2016 – 2018, MariaB. All rights reserved.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *