De curator en de echtgenoot: geen gelukkig huwelijk

Echtgenoot en faillissement

Het is een hardnekkige misvatting dat het faillissement van een privépersoon automatisch ook het faillissement van zijn of haar echtgenoot met zich meebrengt of dat alleen huwelijksvoorwaarden een faillissement kan voorkomen. Iedere curator heeft de standaardbrief al klaar liggen: “Niet mevrouw Y, maar de heer X is failliet.” Het woord misvatting verklapt het al: het is niet zo. Je moet toch echt zelf failliet verklaard worden door de rechter.

Maar om nu te zeggen dat de echtgenoot geen last heeft van het faillissement is ook weer overdreven. Nog daargelaten dat menig huwelijk strandt op financiële sores – “Ik hou toch minder van je zonder Audi en villa aan de Costa del Sol” – kan de echtgenoot vaak niet om de curator van zijn of haar liefste heen. Dit geldt overigens zowel bij huwelijken als bij geregistreerde partnerschappen, die voor de wet gelijk staan.

Nederland kent nog steeds als een van de weinige landen ter wereld (verder alleen nog Suriname en Zuid Afrika schijnt) het stokoude stelsel van de algehele gemeenschap van goederen. Sluit je geen huwelijksvoorwaarden bij de notaris, dan omvat je huwelijksgemeenschap in principe het gehele vermogen van beide echtgenoten zowel van voor als na het huwelijk, enige uitzonderingen daargelaten (zoals erfenissen en giften van schoonouders die toch al vonden dat je niet deugde en je bij de notaris hebben uitgesloten). Na het huwelijk bestaat er geen “CD van jou, CD van mij”, meer, alles ligt op een grote hoop. De meeste landen hebben de gemeenschap al lang beperkt, veelal tot wat er tijdens het huwelijk is opgebouwd. Wat je inbrengt, neem je bij de scheiding ook weer mee.

En daar zouden we nu eindelijk ook in Nederland min of meer op uit kunnen komen met het momenteel aanhangige wetsvoorstel beperking huwelijksgemeenschap. Inmiddels is het wetsvoorstel door de Tweede kamer aangenomen, maar het is nog altijd spannend of het door de Eerste kamer komt.  Keer op keer is het beperken van de huwelijksgemeenschap in het christelijke Nederland in het verleden mislukt en ook nu incasseert het wetsvoorstel in de Eerste kamer veel kritiek. Het zal er dus om spannen.

In curatorenland is het eigenlijk stil wat dit gaat betekenen voor faillissementen van in gemeenschap van goederen getrouwde faillieten, maar consequenties zal het zeker hebben.

De huidige regeling is kinderlijk eenvoudig. Het faillissement van iemand die in gemeenschap van goederen is getrouwd wordt ook als faillissement van de gemeenschap beschouwd. De curator wordt dus ook curator van de huwelijksgemeenschap en die omvat over het algemeen alle bezittingen van beide echtgenoten. De curator kan gemeenschapsgoederen verkopen, zonder dat de echtgenoot hier iets aan kan doen. Anders zou het de curator vrijwel onmogelijk worden gemaakt om bijvoorbeeld een woning met overwaarde te verkopen ten behoeve van de schuldeisers.

Dit geldt ook in geval er bijvoorbeeld sprake is van een beperkte gemeenschap. Een beperkte gemeenschap heb je wanneer er huwelijksvoorwaarden zijn, maar er wel gemeenschappelijke goederen zijn. Denk aan een gezamenlijke woning of inboedel. In de nieuwe regeling wordt het lastiger te bepalen wat nu tot die gemeenschap behoort. Bij huwelijksvoorwaarden wordt een zogeheten staat van aanbrengsten opgemaakt. Als het goed is staat daar dan dat antieke dressoir – voor een prikkie op de rommelmarkt gekocht voor het huwelijk, maar nu een paar duizendjes waard – op vermeld. Mensen die “gewoon” trouwen doen dat niet, ook niet als de wetswijziging er door komt. Dus zie daar veel discussies met de curator oplaaien.

Juist om discussies te voorkomen over wat wel en niet toebehoort aan iedere echtgenoot, is destijds artikel 61 Faillissementswet in het leven geroepen. Dit artikel legt, naast de vaststelling dat de curator de huwelijksgemeenschap tot de boedel mag rekenen, een aantal bewijsregels vast, die niet alleen gelden voor mensen die in gemeenschap van goederen zijn getrouwd, maar ook voor mensen met huwelijksvoorwaarden. De achtergrond van deze regels was om misbruik en fraude te voorkomen. Niets makkelijker dan zeggen dat het enige waardevolle “van hem/ haar” is.

De wet zegt dat de echtgenoot het recht heeft privé bezittingen terug te nemen uit de faillissementsboedel. Let wel, dit vereist actie van de echtgenoot. De echtgenoot zal echter alleen bezittingen kunnen terugnemen als hij/zij dit voldoende kan bewijzen. De wet geeft nu aan dat dit bij roerende zaken alleen kan met een “beschrijving of bescheiden” (ja, ja wet uit 1893!). Wat hiermee bedoeld wordt, is dat je je huwelijksvoorwaarden tevoorschijn moet toveren met die staat van aanbrengsten, of het testament van opa, waaruit blijkt dat de piano van jou is. Kun je dat niet, dan mag de curator deze tot de boedel rekenen en verkopen.

Ook al staat een goed, zoals een auto, op naam van de echtgenoot, dan is dat niet voldoende. Daarbij moet worden aangetoond worden dat die met meer dan 50 % met eigen geld van de echtgenoot is gefinancierd. Dit om te voorkomen dat de aanstaande failliet het betaalt, maar het even op naam van de echtgenoot parkeert. En omdat niemand (behalve accountants, advocaten en notarissen) huwelijksvoorwaarden echt naleeft en alles gescheiden houdt, zul je net zien dat je de Porsche van de en/of spaarrekening hebt betaald. Ai… Maar aan de andere kant, waarom zouden de schuldeisers van de failliet daar dan geen verhaal op mogen nemen, daar zit immers ook geld van de failliet in geïnvesteerd.

Zorgelijk is dat een groot deel van artikel 61, bedoeld om fraude te voorkomen, in een pennestreek met het nieuwe wetsvoorstel dreigt te vervallen. Waar elders fraudebestrijding hoog in het vaandel staat, wordt in stilte een belangrijke waarborg voor de faillissementsschuldeisers afgeschaft. Daar mag best meer aandacht voor komen. In de toelichting bij het wetsvoorstel wordt in ieder geval hierbij nauwelijks stil gestaan. Op zijn minst zou nagedacht mogen worden over vervanging van artikel 61 met een moderne variant die misbruik van het nieuwe familierecht bij voorbaat voorkomt. Want reken maar dat katten in het nauw rare sprongen maken en dat er na afschaffing veel meer gestreden zal gaan worden over welke goederen wel of niet tot de boedel behoren.

De simpelste oplossing om geen last te hebben van de curator is overigens niet trouwen, maar dat is waarschijnlijk niet iedereen met mij eens, inclusief Mr. Curator op hakken…

 
 

© 2017 – 2018, MariaB. All rights reserved.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *