Banken, mag het ook een onsje meer zijn?

Voor de crisis was het verkrijgen van een ondernemerskrediet bij een bank in veel gevallen makkelijk. Een rekening-courant van € 25.000 was over het algemeen zonder zekerheden mogelijk. Moest er na verloop van tijd iets bij, dan was dit meestal ook bespreekbaar met je accountmanager. Het kwam niet zelden voor dat zo door de jaren heen een bankschuld langzaam, maar soms ook stevig, werd uitgebouwd. Volgens velen is een van de bronnen van de bankencrisis gelegen in het te makkelijk geld verkrijgen. Dat is ook in bepaalde gevallen zeker waar.

Rabobank Shipping is hier een goed voorbeeld van. Op een bierviltje werden grote kredieten verstrekt voor de bouw en financiering van binnenvaartschepen. Toen de crisis brak, was ineens sprake van een grote overcapaciteit door sterke afname van het aantal vrachten, terwijl nieuwe schepen nog van het dok rolden, die vervolgens aan de straatstenen niet kwijt te raken waren.

In deze sector doet zich echter een paradox voor. Doordat de financieringen zo groot zijn en er zo veel schepen zijn, zetten de banken (en niet alleen marktleider Rabobank) de vaart door in plaats van de financiering op te zeggen en de schepen te veilen voor een schijntje. Met de vaart wordt nog iets verdiend, ook al is dat beneden kostprijs. Aan de kade laten kost per definitie meer. Zo houden de banken een ongezonde sector in stand en wordt de marktwerking verstoord. Een schipper die zijn schuld niet maandelijks hoeft af te lossen kan immers goedkoper inschrijven op vrachten.

Net zoals in de vastgoedsector kun je terecht de vraag stellen waarom de banken de crisis niet hebben zien aankomen. Ook de banken lijken te hebben gedacht dat aan de goede tijden geen einde kwam en accountmanagers waren er op gebrand om te verkopen, niet om risico’s pessimistisch in te schatten.

De wereld is nu totaal veranderd. Probeer maar eens op dit moment bij een bank een krediet te verkrijgen als startende ondernemer of, nog moeilijker, verhoging van een bestaand krediet. Tenzij je je oma en je kinderen er bij verpandt, kun je het eigenlijk vergeten. En ook dat is geen goede zaak.

Als curator kom ik bedrijven tegen die echt niet meer te redden zijn, maar ook bedrijven die met een liquiditeitstekort te kampen hebben. De onderneming groeit, er zijn meer opdrachten, maar er is ook meer inkoop nodig. Dan zie je dat een ondernemer op leverancierskrediet gaat leven en dat is een riskante propositie. Er hoeft maar even iets niet helemaal glad te lopen en de betalingsproblemen stapelen zich op. De bank groeit nu niet meer mee met zijn klanten. Extra krediet om drukke tijden te overbruggen, kun je veelal vergeten. En overstappen van bank is in deze tijd ook niet meer aan de orde of lonend. Deze faillissementen worden echter vaak nog succesvolle doorstarts.

Deutsche Bank laat ook zien hoe een bank zelf het leven van de ondernemer moeilijk kan maken. In 2010 kocht Deutsche Bank van ABN AMRO dertien zakelijke kantoren en kregen klanten ineens ongevraagd met een andere bank te maken. Deutsche Bank maakt echter zware verliezen in Nederland en besluit in 2013 18.000 MKB ondernemers weg te sturen. De beruchte brief van de Deutsche bank betekent dat men in barre tijden een andere bank moet zoeken. Voor 4.500 ondernemers is dit nog steeds onmogelijk gebleken. En voor de ondernemers die toen mochten blijven, Deutsche bank gaat zich nu enkel richten op de groot zakelijke markt. Geen miljoen op zak? Ook jij mag dus vertrekken.

En als het allemaal even niet gaat met de liquiditeit komt bijzonder beheer om de hoek kijken. Toen ik als curator begon, was de afdeling bijzonder beheer bij de banken over het algemeen bemand door mannen in driedelig pak. Ik huiver ervoor om te zeggen dat vroeger alles beter was, maar dat waren lokale bankmensen die zich meestal wel in de onderneming verdiept hadden voordat het op een faillissement (niet te redden) aankwam.

Tegenwoordig zit ‘intensief beheer’, ‘recovery’, ‘risk management advisory’ (ofwel voor gewone mensen: bijzonder beheer) meestal in Amsterdam en worden honderden dossiers door een handvol mensen behandeld. Daar wordt weinig maatwerk afgeleverd. Of nog erger: bij sommige banken ben je als MKB ondernemer niet meer belangrijk genoeg om bij bijzonder beheer te komen en kom je bij een incassobureau terecht zoals Lindorff (ABN en Deutsche Bank) of Vesting Finance Fiditon (ING) met als doel inlossen en wel zo snel mogelijk.

Deze bureau’s zijn een persoonlijk bron van ergernis. Probeer maar snel te schakelen in een faillissementssituatie met een 0900 nummer en een keuzemenu. “Er staat voor twee ton aan goederen onbewaakt op een terrein. Aangezien deze grotendeels van de bank zijn, wie kan ik bellen?” “Sorry mevrouw, het dossier is nog niet zichtbaar in ons systeem, belt u morgen maar terug.” De bank zelf kan ik dan niet meer bellen. Zelfs het verkrijgen van een paar bankafschriften is daarmee een dagtaak geworden.

Een uitzondering hierop is nu nog de Rabobank. Bijzonder beheer is nog steeds een lokale aangelegenheid vanwege de tot voor kort onafhankelijke positie van de lokale coöperaties. Daar is echter recent een streep door getrokken en ik heb zo het vermoeden dat onder de bezuinigingsactie die reeds aangekondigd is ook bijzonder beheer wordt gecentraliseerd.

Overigens moest ik wel glimlachen om het feit dat Rabobank recent een promotiefilmpje over bijzonder beheer heeft gemaakt met ondernemers die vertellen hoe leuk het is om daar te belanden. Volgens Follow the Money is echter maar een van de geïnterviewde ondernemers ook uit bijzonder beheer geraakt en hij bleek eerder bij de Rabobank gewerkt te hebben bij… bijzonder beheer.

Het is ook niet alsof de Nederlandse systeembanken op dit moment verlies draaien. Kennelijk heeft men de risico’s voldoende weten in te schatten om (met of zonder steun van de staat) gezond de crisis uit te komen. Er moet dan ook ruimte zijn voor verantwoorde verruiming van het financieringsbeleid en meer concurrentie tussen banken waardoor het ook daadwerkelijk weer mogelijk wordt van bank te wisselen. De markt kan niet alleen bestaan uit kant en klare miljoenenondernemingen. Daar zijn er nu eenmaal niet genoeg van om de kas te spekken. En dat lijken banken nog steeds te vergeten.

Tegelijkertijd zou in bijzonder beheer geïnvesteerd moeten worden, niet als incassomiddel, maar om daadwerkelijk bedrijven een hulpmiddel te bieden om te saneren en weer gezond te worden. Ik ben er van overtuigd dat dit veel meer ondernemers weer op weg zal helpen en ook zal zorgen voor meer inkomsten in de toekomst voor de banken. Dan heeft curator op hakken weliswaar minder te doen, maar daar is, met of zonder bankkrediet, best mee te leven. Net zoals de binnenvaart blijft de curator wel varen…

 

© 2016 – 2018, MariaB. All rights reserved.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.